POSTS & NEWS

Verklaring van Palestijnse organisaties over het Belgische ontwerpresolutievoorstel dat de Palestijnse rechten ondermijnt en het recht op zelfbeschikking schendt

Terwijl Palestijnen overal ter wereld de reeds 77 jaar aanhoudende genocidale Nakba herdenken, zijn de ondertekenende organisaties verbijsterd dat de politieke partijen van de huidige Belgische federale regering een ontwerpresolutie indienen bij het federale parlement die dit onrecht nog verergert door de fundamentele rechten van het Palestijnse volk te ondermijnen, waaronder het onvervreemdbare recht op zelfbeschikking en het recht op terugkeer.

Wij, als Palestijnse mensenrechten- en maatschappelijke organisaties, verwerpen deze resolutie eenduidig.

De resolutie, aangevoerd door een coalitie die bestaat uit de N-VA (Nieuwe Vlaamse Alliantie – extreem rechts), MR (Mouvement Réformateur – Franstalige Liberale Partij), Les Engagés (Franstalige Centrumpartij), CD&V (Vlaamse Christendemocraten), en Vooruit (Vlaamse Socialisten), is een zeer verontrustend politiek document. Het vertegenwoordigt een ongekende en regressieve verschuiving in het Belgische buitenlands beleid – één die zowel het internationaal recht verkeerd toepast, alsook de realiteit van Israëls koloniale apartheidsregime en onwettige oorlogszuchtige bezetting verdoezelt.

We waarschuwen ervoor dat België met dit standpunt een buitenbeentje wordt in Europa. Gisteren erkende de premier van Spanje, Pedro Sanchez, Israëls genocide op het Palestijnse volk. Nederland leidt ‘derde staten’ die oproepen tot een herziening van het associatieverdrag tussen de EU en Israël. De premier van Frankrijk, Emmanuel Macron, bekritiseerde het “schandelijke gedrag” van Israël.

Hoewel de resolutie de regering lijkt op te roepen om bepaalde maatregelen te nemen – zoals steun aan het Internationaal Gerechtshof (ICJ), het Internationaal Strafhof (ICC), een verbod op producten uit de nederzettingen, een herziening van de EU-Israël associatieovereenkomst en voortzetting van de weliswaar voorwaardelijke steun aan UNRWA – zijn dit geen nieuwe verbintenissen. Het zijn reeds lang bestaande engagementen van de Belgische staat onder het internationaal recht en ten aanzien van het Palestijnse volk. Het opnemen van deze engagementen in deze resolutie kan het feit niet verhullen dat ze Palestijnse rechten fundamenteel afhankelijk maakt van ongegronde voorwaarden en gevaarlijke politieke precedenten schept.

Onze grootste zorg is de ontkenning van de fundamentele en onvervreemdbare rechten van het Palestijnse volk: het recht op zelfbeschikking en het recht op terugkeer. Deze rechten zijn vastgelegd in het internationaal recht, waaronder het Handvest van de VN en talloze VN-resoluties, en worden erkend door het Internationaal Gerechtshof. Ze zijn niet voorwaardelijk. Er kan niet over onderhandeld worden.

Desondanks stelt deze ontwerpresolutie zeer problematische eisen als voorwaarde voor de erkenning van een Palestijnse staat, zoals “het tegengaan van aanzetting tot geweld in scholen, officiële mediakanalen en religieuze prediking”, het ondermijnen van het recht van Palestijnen op onderwijs door Israëlische inmenging in het Palestijnse schoolcurriculum toe te staan; en “stopzetting van indirecte en directe financiële compensatie aan de families” van Palestijnen die gevangen zitten onder het Israëlische apartheidsregime, een vorm van collectieve bestraffing die verboden is volgens het internationaal recht. Deze voorwaarden zijn slechts enkele van de vele voorwaarden die het in de resolutie vervatte recht op zelfbeschikking ondermijnen. Dit legt het recht op zelfbeschikking in wezen op de onderhandelingstafel – waardoor de status ervan als dwingende norm van het internationaal recht, waarvan geen afwijking is toegestaan, wordt ontkend, en de gegarandeerde onvervreemdbare rechten van het Palestijnse volk volledig worden genegeerd.

Wij herbevestigen dat een politieke oplossing gebaseerd moet zijn op de volledige verwezenlijking van het zelfbeschikkingsrecht en het recht op terugkeer van het Palestijnse volk. Elke politieke regeling die dit laatste ondermijnt, is daarom volkomen ongegrond.

Onze organisaties benadrukken dat daadwerkelijke vrede de vervulling van internationale rechten vereist, waaronder het onvervreemdbare recht op zelfbeschikking van het Palestijnse volk en het recht op terugkeer, en de ontmanteling van Israëls apartheidsregime aan beide zijden van de ‘Groene Lijn’.

De resolutie wendt steun af van Palestijnse maatschappelijke organisaties die pleiten voor de uitoefening van het onvervreemdbare recht op zelfbeschikking van het hele Palestijnse volk, met inbegrip van Palestijnse vluchtelingen in de diaspora en in ballingschap, zonder hen de voorwaarde van een Twee-statenbenadering op te leggen. Hen deze voorwaarde opdringen is een ongerechtvaardigde inbreuk op het collectieve recht van het Palestijnse volk op zelfbeschikking en een opzettelijke ondermijning van de noodzakelijke steun aan Palestijnse mensenrechten- en maatschappelijke organisaties die te maken hebben met directe en indirecte bedreigingen door het Israëlische apartheidsregime.

Bovendien vertoont de resolutie ernstige politieke en juridische onevenwichtigheid in haar behandeling van de voortdurende genocidale aanval van Israël op het Palestijnse volk. De resolutie bevat vage taal over een “disproportionele reactie” in Gaza. Er is geen verwijzing naar de vaststelling van het ICJ dat genocide aannemelijk is, geen vermelding van oorlogsmisdaden of misdaden tegen de menselijkheid, en geen erkenning van de systematische aanvallen op burgers, hulpverleners, journalisten, ziekenhuizen, scholen en vluchtelingenkampen door de Israëlische strijdkrachten. Er is geen vermelding van Israëls massa-arrestatie, willekeurige detentie, marteling en mishandeling van Palestijnen, in veel gevallen met dood in verwonding als gevolg, inclusief van artsen en medisch personeel, noch van Israëls herhaaldelijk gedwongen massale ontheemding van bijna twee miljoen Palestijnen in Gaza naar steeds kleiner wordende gebieden die ongeschikt zijn voor menselijke overleving, onder opgelegde totale belegering, hongersnood en meedogenloze bombardementen. Dit is geen kwestie van “onevenredig gebruik van geweld”. Israël heeft inmiddels overvloedig bewijs geleverd, zowel in retoriek als in daden, van zijn intentie om Gaza en zijn bevolking te vernietigen om zijn koloniale plannen te dienen. Israël heeft in het volle zicht genocide- en gruweldaden gepleegd, zoals gedocumenteerd door Palestijnse organisaties, internationale mensenrechtenorganisaties en in toenemende mate door de internationale rechtsgemeenschap.

In het bijzonder geeft de resolutie een onjuiste beoordeling van de situatie als zijnde geweldgebruik in kader van zelfverdediging onder artikel 51 van het VN-Handvest. Onze organisaties wijzen erop dat Israël een bezettingsmacht is die het bezette Palestijnse gebied moet besturen volgens de wetten van de bezetting, in het bijzonder de wetten die zijn vastgelegd in de Haagse Verdragen van 1907 en de Vierde Conventie van Genève van 1949. De acties van gewapende groeperingen in Palestina vinden plaats in de context van een reeds decennialang bestaande, erkende militaire bezetting en vallen daarom onder de relevante regels van het internationaal humanitair recht en het internationale mensenrechtenrecht. Zoals opgemerkt door het Internationaal Gerechtshof in de Wall Advisory Opinion (2004), kan Israël zich niet beroepen op het recht op zelfverdediging krachtens artikel 51 van het VN-Handvest, om het gebruik van geweld tegen niet-statelijke gewapende groeperingen      te rechtvaardigen op grondgebied dat het bezet, wanneer deze daden niet kunnen worden toegeschreven aan een andere staat.

Onze organisaties herinneren aan de internationale verantwoordelijkheid om slachtoffers van genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden te beschermen. We herinneren België eraan dat Palestina onderworpen is aan een Israëlische oorlogsbezetting en apartheid, en in tegenstelling tot Israël heeft Palestina geen leger, geen zeemacht, geen luchtmacht, geen luchthavens en geen effectieve controle over zijn grondgebied en grenzen. Het is veeleer een jonge bevolking, overwegend onder de 35 jaar, opgesloten achter muren, wachttorens en belegerd, een bevolking die door Israël tot op vandaag systematisch wordt versplinterd en vernietigd.

Hoewel de resolutie een aantal stappen bevat die tegemoet komen aan reeds lang bestaande eisen van maatschappelijke organisaties – zoals het differentiatiebeginsel en steun voor internationale verantwoordingsmechanismen – worden deze overschaduwd door de zeer problematische kern van de resolutie. Het schept een gevaarlijk precedent in het Belgisch buitenlands beleid door het internationaal recht ondergeschikt te maken aan de politiek.

Hierdoor,

roepen we alle Belgische politieke partijen op om deze resolutie in haar huidige vorm te verwerpen en een andere op te stellen in overleg met organisaties die het Palestijnse volk vertegenwoordigen.

We roepen het Belgische middenveld op om standvastig te blijven voor Palestijnse rechten en zich te verzetten tegen deze politieke poging om onvervreemdbare Palestijnse rechten te laten ontsporen en onderliggende oorzaken uit te wissen.

We roepen op tot de herbevestiging van de verbintenis van België met het internationaal recht, met inbegrip van:

– Het recht op terugkeer voor alle Palestijnse vluchtelingen;

– Het recht op zelfbeschikking van heel het Palestijnse volk;

– De bescherming van het Palestijnse onderwijscurriculum tegen Israëlische inmenging, om de geschiedenis en de identiteit van het Palestijnse volk te bewaren;

– Een volledig wapenembargo tegen Israël en de ontmanteling van Israëlische kernwapens;

– Het verbieden van gevaarlijke kolonistenorganisaties die bijdragen aan internationale misdaden in Palestina, waaronder de Jewish Agency, het Jewish National Fund, Regavim en Elad.

– Het opzeggen van de associatieovereenkomst tussen de EU en Israël vanwege de ernstige schendingen van het internationaal recht door Israël, op basis van artikel 2, dat bepaalt dat de betrekkingen tussen de partijen “gebaseerd zijn op respect voor mensenrechten”.

– Beëindiging van de MOU van de EU met Israël voor de export van gas naar Europa en alle gasdeals met Israël, waaronder gasinfrastructuur in de EEZ van de staat Palestina, waaronder het gebruik van het Mari-B platform en pijpleidingen voor de kust van Gaza.

Rechtvaardigheid is geen kwestie van politieke compromissen. Het is een kwestie van juridische en morele verplichting. We dringen er bij België op aan om de kant van rechtvaardigheid te kiezen.

 

Ondertekend,

  1. Al-Haq Europe
  2. Palestinian Human Rights Organisations Council (PHROC)
    • Addameer Prisoners’ Support and Human Rights Association
    • Aldameer Association for Human Rights
    • Al-Haq
    • Al Mezan Center for Human Rights
    • The Palestinian Centre for Human Rights
    • Defence for Children International Palestine Section
    • Ramallah Center for Human Rights Studies
    • Hurryyat – Centre for Defense of Liberties and Civil Rights
    • Jerusalem Center for Legal Aid and Human Rights
  3. Palestine BDS National Committee

Al-Haq Europe

Al-Haq Europe

Subscribe to our

Newsletter